Cliëntervaringen

Monique Verberk
Fotografie: Manon Bruininga

“Ik ga hier nooit meer weg!”

Een interview met Monique Verberk (1965) die blij is met haar woning én met TimZorg. Ze vertelt met veel plezier over haar leven, hobby’s, idolen, gezondheid en plannen voor de toekomst.

Sinds wanneer woon je hier en hoe bevalt het?

Ik woon nu zo’n zes of zeven jaar in de Castellastraat op het terrein van Dobbelman, de oude zeepfabriek. Het bevalt hier hartstikke goed. Ik heb een heel fijn appartement: een ruime woonkamer, keuken en slaapkamer (waar de belangrijkste kleur roze is). Ik woon nu ook dichtbij mijn moeder.

Wat zijn je hobby’s?

Vanaf 1982 heb ik meegedaan aan de fietsvierdaagse. En ik heb al mijn medailles aan de muur hangen. Maar die vierdaagse bestaat niet meer. Ik mis dat wel; dat was mijn dingetje. Nu fiets ik graag op een duo-fiets. Verder kijk ik televisie en luister ik naar muziek. Ik hou ook van cake en taarten bakken én opeten!

Wat doet TimZorg voor jou?

Maandagmiddag komt Rob, dan gaan we samen fietsen of boodschappen doen. Dinsdag moet ik eerst met Pascal naar een kliniek voor mijn vinger. Die staat krom en gaat af en toe op slot. Het doet ook pijn. Op dinsdag ga ik altijd naar een fysiotherapeut op de loopband. Woensdagmiddag komt Mirjam. Dan fietsen we naar Lent of naar de Aldi. Donderdagochtend komt Marjolein. Die gaat met mij poetsen en ’s middags komt Tom en dan gaan we samen koken. En vrijdag komt Pascal weer. Dan gaan we bij de gemeente een nieuwe identiteitskaart halen, want die was verlopen. Zaterdag komt Tom of Rob, dan gaan we fietsen of iets achter de computer doen. Zondag komt mijn moeder. Die komt dan ’s morgens op de koffie of ’s middags eten bij mij. Er is elke dag wel wat te doen en iedereen is erg aardig. Ik kan eigenlijk niets bedenken dat niet leuk is.

Als je TimZorg nodig hebt, wat doe je dan?

Dan kan ik gewoon bellen. Ik heb ook een soort alarmknop om mijn pols. Dat gaat via een centrale en dan komt er iemand van TimZorg als het nodig is. Dat heb ik bijna nooit nodig. Er moet wel af en toe een test worden gedaan of het nog werkt.

Ik zie dat je heel dicht met je hoofd op het scherm kijkt. Wat is er met je ogen?

Ik ben slechtziend vanaf mijn geboorte en ik heb in mijn jeugd in Grave op school gezeten voor blinden en slechtzienden. Het gebouw staat er nog, maar het internaat bestaat niet meer. Toen ik vier was ben er naar toe gegaan en daarna weer naar mijn moeder. Ik ben ook nog bij een dagverblijf geweest. Daar is het fietsen begonnen en ik heb jaren gezwommen in het Sportfondsenbad.

Als je nu nog gaat hardlopen, dan kun je aan de triatlon meedoen!

Nee, hardlopen kan ik niet. En zwemmen doe ik niet meer, omdat ik een longembolie heb gehad en er zat ook een bloedpropje bij mijn hart. Ik heb bloedverdunners, maar daar mag je niet mee naar de tandarts. Ik heb vroeger ook epilepsie gehad, maar daar heb ik nu suikerziekte voor in de plaats. Ik krijg tabletjes en injecties. In het begin hielp de thuiszorg, maar nu mag ik het allemaal zelf doen. Ik woon hier zelfstandig, maar TimZorg ondersteunt me daarbij.

Ik zie twee grote foto’s van Rob de Nijs en op één daarvan zoent hij jou en heeft hij een tekst voor jou geschreven. Vertel!

De foto met de zoen was in een disco in de buurt van het Keizer Karel plein. Die heeft een nichtje gemaakt. Na afloop wacht ik hem altijd op en dan spreken we elkaar. Ik ben een grote fan van hem.

Wat zijn je lievelingsnummers?

Zo veel… in ieder geval: ‘Zet een kaars voor je raam’. Die vraag ik ook altijd aan op Radio2. Maar ook ‘Malle Babbe’, ‘Dag Zuster Ursula’ en ‘Alles wat Ademt’. Ik heb ook DVD’s, CD’s, LP’s, singletjes en cassettebandjes. Ik heb alles van hem.

Dan was je vast verdrietig toen hij overleed?

Ja, we wisten wel dat hij ziek was, maar we wisten niet dat het zo snel zou gaan. Voor het afscheid kon je ’s morgens naar Amsterdam, zijn thuisbasis. Maar dat heb ik niet gedaan, omdat het zo’n lange reis is. Dan moet je heel vroeg op en in de trein. Maar ik ben wel bij zijn bruiloft geweest in Oosterhout. Ik ben ook naar zijn afscheidsvoorstelling geweest. Toen had ik een gebroken arm. Met mijn moeder heb ik nog koekjes gebakken in de vorm van een hart en een microfoon. En daarop staat: ‘Bedankt voor de liefde en de steun die je mij hebt gegeven’. Ik mocht die voorstelling even naar hem toe om de koekjes te geven. Toen begon boven in de zaal iemand te zingen: Robbie bedankt! En iedereen deed mee en daar werd hij heel emotioneel van. Ik ben verliefd op Rob en heb altijd nog een kaarsje voor hem branden.

Heb je een huisdier?

Ik heb vissen en vogels en twee katten gehad: Mickey en Mouse. Ik hoef er nu geen meer. Mouse was echt een zorgenkindje. Die vroeg heel veel aandacht. Die zou ook niet ouder worden dan vier jaar, maar ze is wel vijftien geworden. Je mag van TimZorg wel een huisdier hebben, maar dat hoeft dus niet meer.

Waar zou je nog wel eens willen wonen?

Ik ga hier nooit meer weg!


Fotografie: Manon Bruininga

“Ik ben trots op Monique!”

An Verberk is de moeder van Monique Verberk, een cliënt van TimZorg. Niet alleen Monique is zeer tevreden over het wonen en de ondersteuning, ook An is enthousiast. Er is veel aan de plaatsing in de huidige woning voorafgaan, maar zoals we in Nijmegen zeggen: “dan hè je ook wah”. An kan putten uit een rijke historie van zich inzetten voor mensen met een handicap.

“Ik ben In het Noord-Brabantse Mill geboren, maar Nijmegen was de stad waar we ons in het dorp op richtten voor inkopen en vertier. Dus ik ben naar Nijmegen verhuisd en gaan werken bij Maria Roepaan in Ottersum in de verpleging/verzorging. Echter, als je vroeger ging trouwen kreeg je ontslag, een vreemde gewoonte, maar ik vond dat niet zo erg, want ik had inmiddels lichamelijke klachten. Later was ik het thuiszitten zat en mocht ik bij de Sint Maartenskliniek in Nijmegen komen praten voor een baan. Ik werd zwanger en mijn gynaecoloog vond het beter dat ik niet ging werken gezien mijn klachten, dus die baan is niet doorgegaan. Bij de bevalling werd Monique gelijk bij me weggehaald. Ze woog maar vier pond en de vraag was of ze in de couveuse zou moeten. Dat vond ik vreemd, want ik was de volle negen maanden zwanger geweest. Dus ik vroeg me af wat er aan de hand was, maar niemand zei iets. Er werd alleen over me heen gepraat. Dat was naar. Het drinken ging ook slecht, dus ik maakte me zorgen. Later heb ik de dichtgeplakte brief aan de huisarts open gestoomd en las ik wat er aan de hand was. Er stond in dat Monique geboren is met een afwijking aan de kleine hersenen en later kwam ik er achter dat ze ook bijna blind was. Je zit direct in een rouwproces, want je verwacht een gezonde baby en dan moet je ermee omgaan dat ze misschien snel komt te overlijden, want dat werd wel tegen me gezegd. Later heb ik tijdens een controle bij de gynaecoloog gevraagd waarom hij me niets had verteld over de diagnose. Hij zei dat hij het te moeilijk voor me vond om het te zeggen…”

Persoonsgebonden budget

“Monique is vanaf haar vijfde jaar intern gegaan naar De Wijnberg in Grave (instituut voor blinde en slechtziende meisjes). Dat werd me ook aangeraden, omdat ze thuis geen broertjes of zusjes had en daar zou ze vriendinnetjes kunnen maken. De afstand naar Grave was te overzien en in het weekend was ze altijd bij mij thuis. Monique zou niet kunnen lopen en niet goed kunnen praten, maar ze huppelde als kind en kletste je de oren van het hoofd, dus dat viel mee. Ze is tien jaar op het internaat geweest en ik kreeg weer de vrijheid om te gaan werken, dit keer op Werkenrode in Groesbeek.

Het ging echter op een gegeven moment lichamelijk weer niet goed met me, ik werd afgekeurd en heb me omgeschoold bij de katholieke leergangen (hbo) en ben als vrijwilliger actief geworden in de oudervereniging voor mensen met een beperking. Toen ik vijftig werd heb ik mijn diploma gehaald en vonden ze dat ik maar betaald werk moest gaan doen. Dat werd consulent Brabant voor de Federatie van Ouderverenigingen. In die tijd had ik contact met een journalist van De Volkskrant over een nare casus van een meisje in een instelling. Ik zei tegen die journalist dat ik mijn hele bureau vol had liggen met dat soort verhalen. Ik ging daarmee buiten mijn boekje, maar het artikel in de krant maakte wel veel los. Er kwam een grote landelijke actiedag in Den Haag, waar meer dan 1000 ouders aanwezig waren. We hebben toen alle knelpunten in zorg, welzijn en wonen op een rij gezet en één daarvan was de zeer lange wachttijden voor een woning. De politiek is toen wakker geschud. Erica Terpstra en staatssecretaris Hans Simons hebben met de Federatie van Ouderverenigingen ervoor gezorgd dat er een persoonsgebonden budget (PGB) kwam. Hiermee kregen ouders zicht op kleinschalige, persoonlijke opvang voor hun kinderen. De Federatie vond dat er in de grote instellingen veel mensen met een beperking opgenomen waren die zaten te verpieteren en die met de nodige ondersteuning redelijk zelfstandig zouden kunnen leven. Dit was wel een revolutie en niet alle ouders stonden erachter, want ze waren bang dat het niet altijd veilig was om zelfstandig te wonen. Maar mijn mening is: geef mensen precies aan zorg en ondersteuning wat ze nodig hebben: niet te veel, maar ook niet te weinig.”

TimZorg

“Ik kende Paul Timmermans al een tijdje via De Driestroom, waar hij de begeleider van Monique was. Paul is in 2010 met TimZorg begonnen, omdat hij de grootschaligheid beu was. Ik zag hem al een paar keer voor mijn huis in Bottendaal voorbij komen en we raakten aan de praat en ik vroeg hem of Monique misschien bij zijn kleinschalige organisatie terecht kon. Na het nodige overleg hebben ze toegestemd dat Monique bij TimZorg kon wonen, maar eerst nog in een woning in een andere wijk. Maar Monique paste niet goed bij de mensen die daar woonden. Ze heeft rust, reinheid en regelmaat nodig en geen drukte om zich heen. Ik kreeg een mantelzorg-urgentie en daarmee kwamen we via Entree (platform voor sociale huurwoningen) bij de woning uit in Bottendaal waar ze nu woont. Maar er waren meer dan 400 gegadigden. Monique stond gelukkig nog op nummer één en na lang duimen en hopen, mocht ze in de woning.

TimZorg is laagdrempelig, het is fijn dat je er zomaar binnen kunt lopen, ze kennen je, want het is kleinschalig. Monique heeft een vast team van ondersteuners, er is continuïteit. Als er iets is, dan pakken ze dat altijd snel en goed op. Medewerkers kiezen ook voor kleinschaligheid en verbinding met de cliënten en het werk. Ik ben voorzitter van de cliëntenraad geweest, maar daar heb ik een punt achter gezet toen ik 80 werd. Het was mooi geweest. Je moet overigens als ouder of cliëntenraad niet op de stoel van de directeur of het management gaan zitten. Zij maken het beleid en jij kunt er iets van vinden, maar ga hun taak/rol niet overnemen. Mijn belangrijkste boodschap aan TimZorg is: blijf kleinschalig, want dat is jullie kracht!

Ik heb altijd gedacht dat ik Monique zou overleven, maar het ziet ernaar uit dat dat niet het geval is. Dus er is een tweede mentor aangesteld en ook de bewind voering is geregeld. Monique zou namelijk niet oud worden, maar in december vieren we haar zestigste verjaardag. Ze heeft het erg naar haar zin bij TimZorg. Ze mag zijn wie ze is en ze heeft zich ontplooid en ze is gegroeid door de ondersteuning die ze krijgt. Als ik zie wat Monique allemaal doet, dan ben ik enorm trots op haar!”


Interviews: Gérard Hendriks